Eén van de meest primitieve onderkomens is de plaggenhut, een bouwwerk dat gebouwd wordt met heideplaggen, graszoden of turf – of in elk geval met zulke materialen overdekt is. Plaggenhutten werden door de allerarmsten gebruikt als (tijdelijke) woning en werden gebouwd op plekken waar bouwmaterialen schaars waren. Het leven in een plaggenhut was oncomfortabel, niet gezond en armoedig – toch leefden in het oosten van ons land tot in de 20e eeuw nog mensen in zo’n onderkomen.

Bouwmaterialen

Heideplaggen zijn afgestoken stukken grond. Door de dichte wortels van de taaie heidestruikjes blijft zo’n plag goed bij elkaar, zodat er vierkante stukken materiaal van kunnen worden gestoken. Deze plaggen kunnen vervolgens worden opgestapeld tot een muur, of gebruikt als overlappende dakpannen. Plaggen werden ook gebruikt als ondergrond voor stallen, waarna ze vermengd met de mest van de dieren als bemesting van akkers dienden. Ook werden plaggen wel als brandstof gebruikt.

Ook andere planten met een dicht en stevig wortelstelsel kunnen worden gebruikt voor het bouwen van een plaggenhut. Gras, veen en biezen leveren ook geschikte plaggen op. De pioniers op de grote prairievlakten van Amerika gebruikten de plaggen van daar groeiende grassoorten als bouwmateriaal voor hun ‘sod houses’.

Constructie

Een Nederlandse plaggenhut werd gebouwd als een soort dak dat direct op de bodem rustte. Door de driehoekige vorm van de hut blijft het instabiele bouwmateriaal beter liggen dan bij verticale wanden het geval zou zijn. De bouwer maakte een houten skelet van welke balken, boomstammen en takken hij ook maar kon bemachtigen en bond of spijkerde deze in de nok aan elkaar.

Vervolgens werden de ter plekke verzamelde heideplaggen tegen het skelet opgestapeld, waarbij geprobeerd werd om ze elkaar zoveel mogelijk te laten overlappen. Ook eventuele dakpannen, planken en later bitumen en golfplaat konden voor delen van het dak gebruikt worden. Als de hele hut overdekt was met plaggen, waren een houten deur en een stenen of metalen schoorsteen de bekroning op het werk.

Een plaggenhut kan geheel van heideplaggen gemaakt zijn, maar ook wanden van hout en/of steen hebben. De variant met stenen muren wordt wel een ‘versteende plaggenhut’ genoemd.

Leven in een plaggenhut

In ons land leefden vooral arme, al dan niet rondtrekkende (seizoens)arbeiders in plaggenhutten, die immers goedkoop en makkelijk te bouwen waren. De plaggenhut werd bevolkt door de arbeider, zijn (vaak grote) gezin en eventueel een geit of schaap. Men probeerde de hut zo huiselijk mogen in te richten met houten bedstedes en kasten, meegenomen meubeltjes en een haardvuur.

Toch was leven in een plaggenhut zwaar. Bij regen lekte het dak door, het ongedierte uit de plaggen kroop in de woonruimte rond en vaak was het aardedonker in de hut, welke meestal geen ramen had. De atmosfeer was vochtig en bedompt en door het rond stuivende stof hadden de bewoners meer dan eens longklachten.

U ook genieten van:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *